Als er iets gevoelig ligt binnen de muziekwereld, dan is het wel beoordeling. We roepen dat ‘cijfers niet belangrijk zijn’, maar ondertussen kan een eindexamencijfer een conservatoriumstudent maken of breken. Nee, er wordt na zo’n studie nooit meer naar iemands cijfer gevraagd, maar toch is de bijbehorende beoordeling van grote invloed op iemands eigenwaarde. Wij maken niet alleen muziek, we zijn musici… Dit is een wereldwijd fenomeen, en daarom is het ook reuze interessant dat er zo weinig theoretische kennis voorhanden is over dit onderwerp. Wellicht roept dit onderwerp meer emoties op dan een vraag om helderheid.
In mijn column Duidelijk uit 2014 beschreef ik mijn worsteling met beoordeling. Teruglezend ging dit eigenlijk niet over beoordeling maar over het geven van kritische feedback. Ik vond dit lastig, omdat ik kritiek ervoer als ‘streng zijn’. Ik stapte dus in dezelfde valkuil als hierboven beschreven: ik vermengde kritiek op iemands vaardigheden met kritiek op iemand als persoon. Terwijl kritisch zijn natuurlijk nodig is binnen een leerproces: waar staat een leerling nu, waar kwam hij vandaan en waar wil hij naartoe? Om hier antwoord op te kunnen geven, is een meetlat handig. Meten is weten.
Waarom ligt meten dan zo gevoelig en waarom ervaren studenten en leerlingen het dikwijls als een (onprettige) beoordeling? Uit onderzoek dat naar beoordeling (assessment) is gedaan, komt een aantal aspecten naar voren. Zo blijkt dat de meetlat die door docenten of andere beoordelaars wordt gehanteerd, vaak onduidelijk is voor leerlingen en studenten. Daardoor komt een cijfer soms totaal uit de lucht vallen. Ik ga hier binnenkort dieper op in.
Maar er speelt meer. Zo heeft een leerling of student bergen werk verzet om ergens te komen, waardoor een examen of concert voor hem of voor haar hoe dan ook een bepaalde waarde heeft. Maar deze waarde is subjectief en wordt niet altijd gedeeld door anderen. Dit fenomeen wordt wel het Ikea-effect genoemd en is onderzocht door onder andere Dan Ariely*: iemand die een bijdrage heeft geleverd aan een product, schat de waarde van dit product hoger in dan iemand die geen bijdrage heeft geleverd. Als we dit aan het musiceren verbinden, is het logisch dat een cijfer vaak lager uitvalt dan de speler zelf verwacht, zeker als hij er veel moeite voor heeft gedaan. Daarnaast is ook de relatieve ontwikkeling die een leerling of student heeft doorgemaakt heel waardevol voor de speler zelf. Dit aspect van beoordeling wordt ipsatief genoemd: een beoordeling van een prestatie ten opzichte van vorige prestaties. Maar deze ontwikkeling kan door een buitenstaander niet meegewogen worden, waardoor wederom een cijfer voor een leerling gevoelsmatig te laag uit kan vallen. In beide gevallen zouden we kunnen zeggen dat de eigen ervaring van de leerling, de eigen-waarde, door een cijfer niet wordt erkend.
Als een leerling of student (en zijn docent en een muziekschool of conservatorium) hier tegenaan lopen, kunnen we wel stellen dat het in de jaren voorafgaand aan deze beoordeling heeft ontbroken aan constructieve feedback. Als we namelijk tijdens de jaren dat we met een leerling werken deze eigenwaarde wél voldoende benoemen, helpen we de leerling om voldoende zelfvertrouwen en een realistische zelfbeeld op te bouwen. En dit geeft een gezonde basis om te kunnen omgaan met die andere vormen van beoordeling: de meetlat die gebruikt wordt om een leerling naast een curriculum te leggen (gebaseerd op criteria) en de meetlat die de leerling een beeld kan geven hoe hij zich verhoudt ten opzichte van anderen (normatief). En daarover volgende keren meer.
*Zoek bijvoorbeeld op YouTube naar Ikea Effect en Dan Ariely.
© 2022, 2023 Wieke Karsten
© 2023 Dik Klut
