De tip voor de dip

Steevast wanneer ik een lezing geef over Musiceren, studeren en het brein, komt van docenten de vraag: heb je een goede tip voor de motivatiedip? 

Een paar dingen schieten dan door me heen: een tip voor de dip? Of tegen de dip? Waarom willen we die tip? Is een dip iets ergs?  Zijn we er bang voor? Dat de leerling stopt of het niet meer leuk vindt? En wat is dan het: de muziekles, muziek maken of klassieke muziek? Moet altijd alles maar leuk en plezierig zijn? 

Het woord motivatie komt van het Latijnse werkwoord movere: bewegen. We zouden motivatie kunnen vertalen met: wat brengt iemand in beweging? 

Motivatie is geen status quo. Een leerling op de basisschool wordt door iets anders in beweging gebracht dan een puber. En die puber weer door iets anders dan een volwassene. En dan verschilt het nog van kind tot kind, van puber tot puber en van volwassene tot volwassene. Men gebruikt graag de termen intrinsieke motivatie: de drang tot bewegen komt uit de persoon zelf en extrinsiek: de oorzaak komt van buiten. Was in eerste instantie die prachtige glimmende fluit en de aardige dwarsfluitdocent de reden om fluit te spelen (extrinsiek), hoe ouder de leerling wordt, hoe meer zijn persoonlijke ontwikkeling de motivatie bepaalt (intrinsiek). Wie is hij? Wie is hij aan het worden? Wat betekent muziek voor hem? Hoe is muziek verweven met zijn leven? 

De dip is een mooie alarmbel. Hij treedt vaak op als er iets in het leven van de leerling verandert; van de basis- naar de middelbare school, de sociale structuur van een klas, muzieksmaak, nieuwe vrienden et cetera. En, hoe meer de leerling zich ontwikkelt, hoe groter zijn wereld wordt en hoe ‘kleiner’ de dwarsfluitles. Het oefenen moet dan concurreren met zoveel andere dingen en zal in eerste instantie die slag verliezen. Onze eerste impuls is dan de les behapbaarder te maken; we kiezen bijvoorbeeld voor andere muziekstijlen of vragen minder inzet van de leerling. Op de korte termijn kan dat goed werken. Maar op de lange termijn kunnen we het beter omdraaien: In plaats van de fluitles leuker / makkelijker te maken, de rol van muziek in het leven van de leerling groter maken. 

Wat betekent dat in de praktijk?  Het groter maken van iemands muzische wereld kan op vele manieren. Denk aan de sociale structuur (musiceren = samenspelen = vriendschappen), zielsverwantschap (andere fluitisten en muziekfanaten leren kennen), rolmodellen (binnen onze eigen lespraktijk tot heel Nederland tot wereldwijd), verdieping, ontwikkeling, andere muziekstijlen en andere wegen binnen de muziek (componeren, improviseren, muziektheater, GarageBand). Voeg hier nog aan toe dat een leerling zich via de muziek kan profileren: kijk, dit is wie ik ben. De grote wereld biedt de leerling kansen om zich te uiten via concerten, concoursen en sociale media; alleen of met anderen. 

Paul Harris geeft in zijn boekje ‘Teaching beginners’ de suggestie om leerlingen met enige regelmaat te vragen wat ze het allerleukste vonden aan de muziekles. Ik weet uit ervaring: dat is een doodenge vraag. Wat nou als ze niets kunnen bedenken? Maken we de dip dan niet juist wakker? Ik stel de vraag met enige regelmaat aan al mijn leerlingen. De antwoorden zijn altijd verrassend en bieden onverwachte invalshoeken om over een motivatiedip heen te stappen. Want die veranderende wereld van een leerling is niet mijn wereld maar toch ook weer wel. Misschien is lesgeven wel gewoon: de wereld van de leerling groter en groter maken en met de leerling meebewegen… 

Paul Harris – Improve your teaching!
Teaching beginners
Faber Music 2008

© 2015, 2023 Wieke Karsten
© 2023 Dik Klut

Winkelwagen
Scroll naar boven

Ontdek meer van Wieke Karsten

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder