Als we aan muziekdocenten denken, zien we strenge of niet-strenge docenten voor ons. Streng zijn is gerelateerd aan ambitieus, niet-streng aan ‘het moet wel leuk blijven’.
Streng of niet-streng roept bij mij vele vragen op. Allereerst: vanuit welk perspectief zijn we streng? Is dat positief: ‘Ik wil de leerling sturen, ergens heenleiden, iets aanleren’. Of zijn we streng vanuit een negatief perspectief: ‘Een leerling moet af en toe vermanend toegesproken worden; een preek op z’n tijd doet wonderen’.
Streng zijn heeft een relatie met negatief gedrag. Hoe reageren we als een leerling weer niet heeft geoefend, zijn toonladders niet kent of slordig is in zijn spel? Beschouwen we dat als ‘betekenisvol gedrag’ of ervaren we zo’n moment als: ‘Zie je wel, ik zei het toch, altijd hetzelfde liedje. Het ligt aan z’n attitude, die leerlingen van tegenwoordig zijn gewoon niet gemotiveerd’.
Het is ook interessant om te observeren wanneer we streng zijn. Zijn we streng omdat we obstakels willen vermijden, om afdwalingen te voorkomen, om de leerling op het rechte pad te houden? Of bewaren we onze strengheid voor ‘na afloop’?
Waarom zouden we eigenlijk überhaupt de moeite nemen om streng te zijn? Wat hopen we met onze leerlingen te bereiken? Hoe zien we hun mogelijke ontwikkeling voor de komende periode? Wat is onze visie over lesgeven en geloven we in ons eigen verhaal? En daaruit volgt: hoe serieus durven we ons vak te nemen en in hoeverre voelen we ons serieus genomen door de leerling, door de ouders en in feite door de hele maatschappij? Spelen we daar een (pro)actieve rol in of voelen we ons slachtoffer van de tegenwoordige tijd?
Streng zijn is vaak een gepasseerd station; we preken, maar zijn de leerling en het moment al kwijtgeraakt en de vraag is of we de schade nog kunnen herstellen. Maar, ook het positieve perspectief zou ik anders willen benaderen; bijvoorbeeld als strikt of duidelijk. Strikt is al een stap vooruit, omdat het iets zegt over wat wij docenten belangrijk vinden en waar niet aan getornd mag worden. Maar het is ‘vanuit de docent gedacht’; de lesinhoud lijkt belangrijker dan de persoon van de leerling. Daarom kies ik voor het woord ‘duidelijk’.
Duidelijk zijn vraagt betrokkenheid tussen de docent, de leerling en – diens ouders.
De docent heeft duidelijkheid nodig over zijn eigen drijfveren, over wat hij wil bereiken, op de korte en lange termijn. De docent heeft daarnaast een duidelijk beeld nodig over de leerling; komt de motivatie om te musiceren vanuit het kind zelf? Wat kan de leerling wel en niet, wat weet hij wel en niet, hoe zijn de thuisomstandigheden, hoeveel tijd heeft hij om te oefenen, hoe gaat het verder met hem? Welke muziek vindt de leerling mooi, hoe is diens musische leven verweven met het sociale?
De docent kan vervolgens duidelijkheid bieden aan de leerling en zijn ouders. Duidelijk huiswerk opgeven, duidelijk zijn in de ‘normen en waarden’ van de muziekles en duidelijk zijn over een gedeelde ambitie. De docent kan ook duidelijk zijn in zijn feedback aan de leerling; over het zojuist gespeelde en over waar de leerling naar toe kan werken. De docent is spiegel, meetlat en rolmodel, waardoor de leerling een idee krijgt over hoe hij deze week heeft geoefend en uitzicht heeft op wat nog komen gaat.
Maar het belangrijkste: voor alle partijen mag er duidelijkheid zijn over het dragen van de verantwoordelijkheid. Ligt die alleen bij de leerling? Of alleen bij de docent? Of mogen we op zoek naar een gedeelde verantwoordelijkheid voor de leerling, de docent en de ouders? Zodat streng zijn niet meer nodig is, omdat iedereen zijn taken kent?
© 2014, 2023 Wieke Karsten
© 2023 Dik Klut
