Veel lezers zijn deze frase vast wel eens eerder tegengekomen, het is een gouwe ouwe uit onderwijsland. Wij docenten storten in ons enthousiasme al snel een grote emmer informatie over een leerling heen. Ik herinner me een masterclass waarbij de docent riep: ‘Oh ja, en dit is ook heel erg belangrijk! En dit! En dit! En dit!’ De leerling stond er in verwarring bij, allang niet meer in staat om de aanwijzingen op te volgen.
De reden voor deze verwarring is onze menselijkheid: we zijn geschapen als gewone mensen en niet als Superman. Superman vliegt boven de stad, hoort iemand gillen, zet een instortend flatgebouw recht, draait de gaskraan dicht, breekt de code van de alarminstallatie en redt in diezelfde 10 seconde het vastgebonden slachtoffer uit de penarie. Superman kan wat wij niet kunnen: hij kan alles en dit ook nog tegelijkertijd. Hij had zich wel gered tijdens de masterclass, hoewel hij die vermoedelijk niet nodig zou hebben…
Ons brein, want dat is de beperkende factor, kan dat niet. Wij kennen en kunnen alleen wat wij al kennen en kunnen en de rest moeten we nog leren. En als we dat kennen en kunnen tegelijkertijd met iets anders kennen en kunnen, dan hebben we het geautomatiseerd. Gesupermand. Met andere woorden, ik speel alle majeur-toonladders zonder erbij na te denken. Dat kan ik ook terwijl ik op een been sta, als ik televisie kijk, als iemand er doorheen staat te kletsen of als ik zenuwachtig ben. Ik kan ze in principe spelen zonder enige aandacht. Heb ik mijn tooladders volledig gesupermand? Dat nou ook weer niet. Vraag me maar om ze in een jazzy ritme te spelen, of tot en met D4. Dan moet ik toch een vleugje focus tevoorschijn halen om me staande te houden. Maar met enige moeite lukt het me wel. Vraag me vervolgens iets te doen dat ik niet goed kan. Laat me bijvoorbeeld tijdens het spelen van de toonladders over een evenwichtsbalk lopen. Een gewone toonladder zal wel lukken, ik kan mijn volledige aandacht gebruiken om niet te vallen. Maar laat me nu niet het nieuwe ritme spelen en dan ook nog tot en met D4. Mijn systeem blokkeert: ik val eraf. Hopelijk heb ik mijn dwarsfluit nog vast. Exit Superman.
Ik kan het wel leren. Door te trainen kan ik al die handelingen automatiseren. We zouden kunnen zeggen dat we bij het aanleren van iets nieuws 100 % aandacht nodig hebben. Dat is dus tegenovergesteld aan geautomatiseerd of gesupermand. Beetje bij beetje kunnen we dat percentage naar beneden krijgen en na enige tijd zal het ons lukken met verdeelde aandacht over de evenwichtsbalk te lopen inclusief de jazzy toonladder. En na nog meer oefenen kunnen we dit alles ook nog tot en met de D4.
Tijdens het lesgeven is het belangrijk om rekening te houden met deze beperkende factor van onze hersenen. Vragen we iets nieuws, dan heeft een leerling de volle 100% aandacht nodig om deze opdracht uit te voeren. We kunnen daar pas iets aan toevoegen als de leerling heeft geleerd. Vragen we iets bekends, dan kunnen we er iets bij vragen. In hoeverre de leerling zijn opdrachten heeft gesupermand heeft vanzelfsprekend ook te maken met het thuis oefenen.
Hoe goed bedoeld het uitstorten van informatie en opdrachten ook kan zijn, het is een mogelijke oorzaak van faalangst. Ik hoor leerlingen vaak zeggen: ‘Ja maar, ik kan ook niet zoveel dingen tegelijkertijd.’ En dan vinden ze zichzelf eigenlijk dom. Even voor de duidelijkheid: niemand kan zo veel dingen tegelijkertijd. Behalve Superman.
© 2005, 2023 Wieke Karsten
© 2023 Dik Klut
