Drie seconden

Als ik door de gangen loop van het conservatorium waar ik werk, blijf ik vaak staan en luister ik naar de klank van studerende studenten. Ik hoor een bonte kakofonie van verschillende instrumenten: van middeleeuwse pommers en dulcianen tot klassiek piano, viool, basgitaar en jazzsaxofoon. Tijdens het luisteren voel ik vaak een lichte irritatie en onrust bij me bovenkomen. Niet door valse klanken of foute noten, maar door het gebrek aan rust.

Ik hoor een riedel, nog een keer, nog een keer, een paar noten, nog een keer, nu weer de hele riedel, nog een keer en nog een keer. Ik luister naar de pogingen: fout, fout, fout, goed, fout, fout, goed, fout, fout. En alles snel achter elkaar, zonder enige stilte of reflectie of rust of bezinkingstijd of bezinningstijd of luistertijd of voeltijd…

De studenten die op deze manier zo hard werken zijn niet aan het studeren, ze ploeteren. Ze doen pogingen, in de verwachting dat ze door het doen van die pogingen hun spel verbeteren. Ze ploeteren, pogen en hopen.

Dit ploeteren heeft een naam: The Law of Insanity. Toegeschreven aan Albert Einstein: ‘Doing the same thing over and over again yet expecting different results’. Dit wordt vaak verward met leren door vallen en opstaan, wat wél een goede manier van uitproberen en exploreren is, ook voor musici.

Leren met vallen en opstaan heet zo, omdat we een peuter voor ons zien die leert staan. Hij kan het nog niet, dus de meeste pogingen hebben nog geen resultaat. Beetje bij beetje, vanuit steeds een net iets andere startpositie (de val), leert zijn brein iets nieuws. Tot het moment dat de pogingen steeds vaker lukken en het succes heeft gewonnen. 

In de studeerkamer is ‘vallen en opstaan’, leren door iets vaak en steeds een beetje anders te doen, ook zeer effectief. Maar het lijkt een tamelijk doelloze manier van werken, die botst met de overtuigingen in het hoofd van vele studenten dat ze ‘geen fouten mogen maken’.  Omdat ‘die fouten in je systeem komen en er nooit meer uitgaan’. Terwijl voor het brein een ‘fout’ niets anders is dan ontbrekende breinbedrading. 

Deze negatieve overtuigingen maken studenten ongeduldig en negatief en gefrustreerd en onzeker waardoor ze onrustig verder ploeteren. In de hoofden van studenten woeden donderwolken en wervelstormen met veel kritisch commentaar: ‘Weer fout, weer niet goed, zie je nou wel, weer fout, ik kan het niet, weer fout, waarom gaat het nou niet…’

Pogen en hopen is dus weinig effectief en creëert vooral een voedingsbodem voor frustraties. Wat kunnen studenten dan beter doen? Een bepalende factor in het verhaal is rust. Steeds als een student voor en na een poging zo’n drie seconden de tijd neemt, biedt dat zijn hersenen de gelegenheid om de gedane versie te verwerken en een nieuwe voor te bereiden. Waardoor het brein als het ware iedere keer een ‘nieuwe startpositie’ kiest. Tijdens die drie seconden hoeft de student niet eens veel te doen: gewoon even wachten. Er komt vanzelf een gedachte naar boven ploppen waar hij op kan letten of het blijft stil; de student voelt of luistert en is in zijn hier en nu. Door die luttele drie seconden verandert ploeteren in effectief studeren. 

Lange tijd was er ook veel onrust in mijn leskamer. Ik liet het gebeuren als mijn studenten na een mislukte riedel meteenmeteenmeteen een nieuwe poging waagden. Tegenwoordig doorbreek ik deze negatieve spiraal. ‘Neem de tijd…’ zeg ik, of: ‘Drie seconden…’ of: ‘Wacht…’

Ik heb mijn studenten gevraagd hoe ze dat ervaren. Hun antwoord?  ‘Heerlijk, eindelijk rust…’

© 2009, 2023 Wieke Karsten
© 2023 Dik Klut

Winkelwagen
Scroll naar boven

Ontdek meer van Wieke Karsten

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder