Feedback 3 | Socrates en de vlinder

Ik schreef het al eens eerder, ik heb lang geworsteld met het fenomeen ‘streng zijn’. Ik vond het lastig om kritiek te geven, en vond het al helemaal lastig om een leerling op gezette tijden vermanend toe te spreken. Ik had het gevoel dat ik dan teveel ‘op de man speelde’ en ergens een afslag gemist had. Iets met: ‘te lang laten aanmodderen’. Zie ook mijn column Duidelijk uit 2014. Twee dingen heb ik daardoor geleerd. Het ene is om ‘iets niet kunnen’ te zien als ‘iets nog niet kunnen’. Het tweede is de leerling nog meer te betrekken bij zijn of haar leerproces, bijvoorbeeld door het geven van constructieve feedback, feedup en feedforward. 

De manier waarop we communiceren met onze leerlingen speelt daarbij een grote rol. Veel docenten weten dat vragen stellen bij het geven van feedback (reageren op wat zojuist plaats vond) goed kan werken. Een leerling leert veel wanneer hij wordt aangemoedigd om actief mee te denken. Waar ben je zelf het meest tevreden over? Wat was je plannetje voor zojuist? Hoe heb je het thuis aangepakt? Als je het nog een keer zou mogen spelen, wat zou je dan anders doen? Waar heb je nu op gelet? Met dit type vragen kijken we niet alleen naar de taak, maar betreden we ook het terrein van de regulatieve vaardigheden. De leerling krijgt steeds meer inzicht in zijn eigen leerproces. Het idee is dat de antwoorden al ‘in’ de leerling zelf zitten, we hoeven hem alleen aan het denken te zetten. 

Volgens pedagoog Gert Biesta* zit er echter een limiet aan het stellen van deze Socratische vragen. Niet alle antwoorden zitten in de leerling, niet alle antwoorden kán de leerling zelf bedenken. En dat geeft ook niet. Want daar ligt een schone taak voor ons docenten: de wereld van onze leerlingen groter maken.

Ook nu krijgen we goede resultaten door vragen te stellen. Wat is het verschil tussen hoe jij het net speelde en hoe ik het nu speel? Wat gebeurt er met je schouder als je deze hoge noot speelt? Was het interval dat je net speelde zuiver, te groot of te klein? Noem eens drie grote verschillen tussen deze compositie en het vorige stuk dat je speelde? Wat betekent ‘con fuoco’ en hoe zou dat kunnen klinken? Waarom is deze noot een dis en geen es? Allemaal vragen die de ervaring en kennis van onze leerlingen groter maken, en zijn of haar waarnemingsvermogen helpen ontwikkelen. Laten luisteren naar details in de klank, laten voelen wat er in hun lichaam gebeurt, de relatie leggen tussen een passage en de schilderkunst, verbanden leggen tussen een componist en de tijd waarin deze leefde, ingaan op muziektheorie, et cetera. Als een leerling zich van iets nieuws bewust wordt, kan hij de antwoorden soms zelf weer geven. Maar vaak hoort, voelt, begrijpt of ervaart de leerling iets simpelweg nog niet.  In de column Bouwprojecten schreef ik al dat leerlingen soms nog niet weten waar ze naar toe kunnen leren. We hebben het dan over feedforward (de volgende stap) en feedup (het uiteindelijke resultaat). 

Op YouTube staat een ontroerend filmpje getiteld ‘The story of Ausin’s butterfly’**. Het gaat over de taak van een jonge leerling (het tekenen van een vlinder) maar vooral over het geven van feedback, feedup en feedforward. Dit wordt gegeven door andere jonge kinderen. Het heet daar: critique***, en de leerlingen wordt geleerd hoe ze vriendelijk en specifiek (feedback) en behulpzaam (feedforward en feedup) kunnen zijn. Door deze constructieve kritiek ondergaan Austin én zijn vlinder een ongekende metamorfose. En dát is de kracht van feedback.

*Gert Biesta |The Beautiful Risk of Education, Taylor & Francis Ltd | 2014
** The story of Austin’s butterfly | https://www.youtube.com/watch?v=hqh1MRWZjms
*** Ron Berger – Rules for critique | https://www.youtube.com/watch?v=cWMH_X4IvOk

© 2021, 2023 Wieke Karsten
© 2023 Dik Klut

Winkelwagen
Scroll naar boven

Ontdek meer van Wieke Karsten

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder