Feedback 5 | De huisschilder

Regelmatig heb ik interessante conversaties met collegae over ‘fouten maken’. Het blijft een spannend onderwerp. Fouten maken moet kunnen, het hoort erbij, beter nog, je wordt er sterker van. Vallen en opstaan. En, fouten zijn niet per se fout, maar ‘waardevolle informatie voor je brein’. Ik zeg het vaak: vanuit het brein gezien bestaan er eigenlijk geen fouten, je kunt iets, of je kunt iets niet, of je kunt iets nog niet. Een actie of gedachte is altijd gekoppeld aan iemands aanwezige breinbagage, en is in principe volstrekt neutraal. Wat er niet in zit, kun je er ook niet uithalen. Carol Dweck, de grondlegger van het begrip fixed & growth mindset, zegt het liefdevol: ‘not yet. 

Maar toch dekte deze zienswijze mijns inziens de lading nog niet helemaal. Een tijdje terug viel bij mij weer een spreekwoordelijk kwartje: we verwarren vaak een fase in een leerproces met het maken van fouten. Oftewel, we beoordelen een momentopname met de meetlat van een eindresultaat. 

Stel, een leerling is bezig met relatief nieuw repertoire. Qua noten en ritme is het een stuk lastiger dan wat hij tot dan toe gespeeld heeft, dus hij heeft nieuwe breinbedrading nodig om het stuk überhaupt te kunnen begrijpen. Doordat hij worstelt met de partituur, speelt hij onmuzikaal, laat hij de cadans van de muziek niet horen, klopt er technisch weinig van, is zijn spel het tegenovergestelde van vrij en al helemaal niet expressief of vertellend. Zullen we in dit geval zijn spel ‘fout’ noemen? Ik denk het niet. In dit voorbeeld is het volstrekt duidelijk dat de leerling nog in de beginfase zit van het instuderen van een stuk. 

Het denken vanuit fases is gebaseerd op het Huis van de musicus; een model dat ik ontwierp voor het werken aan repertoire.* De situatie wordt een stuk diffuser wanneer een leerling de eerste fase (partituur) al doorlopen heeft en in andere fases van het instuderen of richting een optreden is. Stel dat een leerling een stuk best goed heeft ingestudeerd en in de les foutloos kan spelen. Maar op een voorspeelavond speelt hij opeens andere noten dan de componist heeft voorgeschreven. Noemen we het dan ‘fout’? Tja, de noten zijn op zich niet correct, maar de leerling doet niet iets verkeerd. Hij doet wat binnen zijn mogelijkheden ligt maar helaas: hij kan nog niet omgaan met de spanning van de voorspeelavond (meesterschap). Hier zit dus de crux van het ‘probleem’: de leerling speelt wel foute noten, maar dat is nu het gevolg van het spelen onder spanning. Door de spanning kunnen ook andere ontbrekende kwaliteiten van het performen bloot komen te liggen: zijn spel is wel of niet muzisch, het heeft wel of geen technische vrijheid en is wel of niet expressief en vertellend. Vanuit het eindresultaat gemeten doet de leerling het niet al te best, maar als we hem de ruimte en tijd gunnen om met dat leerproces ‘van eerste noot tot podium’ bezig te zijn, dan is ie lekker op weg.   

Een geweldige metafoor hiervoor vind ik het werk van een huisschilder. Als we deze inhuren om onze oude, ietwat verwaarloosde kozijnen te schilderen, zal hij of zij vermoedelijk niet de gehavende lak een likje nieuwe verf geven (eindresultaat) maar zal hij het hout eerst kaal maken, schuren en plamuren, in de grondverf zetten, opnieuw schuren en plamuren en dan pas een aantal keren aflakken. Tijdens deze werkzaamheden zijn alle fases inclusief tussentijdse resultaten volstrekt duidelijk en we zullen vermoedelijk niet in de valkuil trappen om deze tussenfases te verwarren met het eindresultaat. En zo kan dat wat mij betreft ook prima bij het muzieklesgeven… 

*In de muziek, Wieke Karsten, uitgeverij AUP 2019

© 2021, 2023 Wieke Karsten
© 2023 Dik Klut

Winkelwagen
Scroll naar boven

Ontdek meer van Wieke Karsten

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder