Feedback 6 | Ietszeggend

De afgelopen periode dacht ik wel zo ongeveer alles rond het thema feedback op een rijtje te hebben gezet, toen ik toch weer door het onderwerp verrast werd. Een student uit de Master The Musician Educator gaf een presentatie over ‘constructieve negatieve feedback’, oftewel, over het geven van opbouwende kritiek. 

We kennen het allemaal: een leerling heeft gespeeld en we horen of zien van alles wat beter mag en kan. Kritisch reageren kan dan nuttig zijn, maar het voelt soms als ‘onaardig zijn’. Een grote valkuil is dan dat we, als alternatief voor deze angst om onaardig over te komen, iets nietszeggends zeggen. Zoals: ‘Prima.’ Of: ‘Super.’ Of: ‘Goed.’ Deze uitspraken zie ik bij studenten die leren lesgeven regelmatig langskomen. 

Tijdens de presentatie vroeg de student aan de andere aanwezigen of ze dat ‘nietszeggende’ herkenden uit eigen ervaring als leerling. De antwoorden die gegeven werden, raakten mij diep. 

Natuurlijk. Ik weet dat als een docent ‘mooi’ zegt, er meestal een ‘maar’ achterna komt. En dat studenten en leerlingen zo’n ‘mooi’ ook gaan herkennen als openingszin voor wat komen gaat. De korte, nietszeggende feedback nemen ze inhoudelijk al lang niet meer serieus. Maar er blijkt meer aan de hand te zijn. Want vaak ontbreekt de ‘maar’ en komt er geen vervolg. En juist dit zwijgen maakt leerlingen heel onzeker. Er zijn meerdere varianten: ‘Ik ben blijkbaar zo’n slechte leerling dat de docent het al opgegeven heeft, ik kan niets meer verbeteren.’ Of: ‘Ik heb blijkbaar zo weinig talent dat de docent mij dat niet eens eerlijk durft te vertellen.’ Of: ‘Ik ben blijkbaar zo’n hopeloos geval dat de docent niet eens meer de moeite neemt om aandacht aan mij te besteden.’ Het interessante is dat docenten zich bij al die voorbeelden vermoedelijk van geen kwaad bewust zijn en ik heb mij er in het verleden vast ook schuldig aan gemaakt.

Onderzoekers John Hattie en Steen Larsen schrijven in hun boek The purposes of education: ‘When students make errors, for instance, teachers think it’s embarrassing, and that we shouldn’t upset their self-esteem. (…) Students above average prefer the teachers to talk. They’ve worked out the game. They know how to cope. (…) It is a vicious circle that cuts out those who want to know and understand, (but) who become socialized to silence…’

Er is ook een andere kant van de medaille. Sommige leerlingen zijn wellicht minder onzeker, of hebben al andere docenten meegemaakt die wel constructieve negatieve feedback konden geven. Deze leerlingen ervaren nietszeggende feedback als ‘deze docent heeft me niets te vertellen’. Ze hebben het gevoel dat ze te maken hebben met een slechte docent. En zo kan dus het willen vermijden om onaardig te zijn, de buitenwereld het gevoel geven dat we geen expertise in huis hebben. 

Opbouwende kritiek geven is natuurlijk ook niet makkelijk. Maar we weten wat werkt: specifieke, neutrale feedback, vanuit een ik-boodschap, gericht op het proces, de taak of het resultaat. Ik zie. Ik hoor. Ik neem waar. Ik ervaar. Daarmee maken we de wereld van een leerling groter, geven we erkenning voor wat hij al geleerd heeft, waar hij moeite voor heeft gedaan en waar hij moeite mee heeft. En het helpt ook om ons te realiseren dat leerlingen ons betalen voor onze expertise en opbouwende kritiek.  

Met andere woorden: het geven van constructieve negatieve feedback is lastig. Maar niets zeggen, of iets nietszeggends zeggen, is geen oplossing. Kijk ook eens op YouTube naar Ron Berger, Rules for critique. Wat hem hielp, waren drie dingen: wees specifiek, wees aardig, wees behulpzaam. 
Veelzeggend… 

Hattie, J: Purposes of Education: A Conversation Between John Hattie and Steen Nepper Larsen

© 2023 Wieke Karsten
© 2023 Dik Klut
Winkelwagen
Scroll naar boven

Ontdek meer van Wieke Karsten

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder