Gefeliciteerd: u koos een verstandige houding

Muziekles geven is geen bezigheidstherapie; wij muziekdocenten willen een leerling inspireren en in zijn of haar ontwikkeling begeleiden. Wat is al die jaren in deze columns al wel niet aan bod gekomen: zintuigontwikkeling, muzikale ontwikkeling, expressie, uit het hoofd spelen, focussen, de werking van de hersenen en ga zo maar door. Een instrument leren bespelen behelst duidelijk meer dan iemand lucht door een buis te laten blazen of de toetsen van een piano in te laten drukken!

Als docent mogen we van heel wat markten thuis zijn. Ontwikkelingspsychologie, methodiek, pedagogiek, didactiek, sociale vaardigheden, communicatie, uitvoeringspraktijk, expressiviteitontwikkeling, omgaan met spanning en leren studeren. Nee, lesgeven is zo eenvoudig nog niet. En dan pleit ik hier ook nog voor twee andere vakgebieden: akoestiekleer en anatomie. 

De toon van een muziekinstrument kent natuurkundig gezien maar twee opties: goed of slecht. Een goede toon, we noemen deze ook wel ‘gezond’, heeft een stevige, ietwat zoemende grondtoon, waarop meer of minder boventonen zijn gestapeld. Als deze boventonen precies boven elkaar liggen, is de toon goed en draagt het geluid ver. 

We kunnen een grondtoon vergelijken met een roeiboot en de boventonen met de roeiers. Hoe meer roeiers er mee doen, hoe harder en scherper en sneller de boot door het water kan schieten. Maar oh wee als de roeiers niet precies gelijk bewegen: dan remt de boot juist af. Of komt hij zelfs stil te liggen. De vergelijking gaat nog verder: een weke toon is als een roeiboot met weinig roeiers, een scherpe toon is als een roeiboot met veel roeiers. 

We kunnen daar allerlei varianten op bedenken: van een grote boot met weinig roeiers (sterk van dynamiek maar toch week van kleur) tot een heel klein bootje met veel op elkaar gepropte roeiers (zacht van dynamiek maar heel helder van kleur). Van de Engelse dwarsfluitschool leerde ik de term ‘intrinsieke zuiverheid’. Dit impliceert dat zuiverheid niet alleen over afstemmen met andere instrumenten gaat, maar ook geldt voor de toon zelf: de zuiverheid van de grondtoon met zijn eigen boventonen.

En nu de rol van het menselijk lichaam. Pak een muziekstandaard en… een leesboek! Laat je leerling een klein stukje voorlezen terwijl hij lekker stevig staat. Met zijn hoofd mooi balancerend op zijn ruggengraat. Ah, dat klinkt goed. Nu met zijn hoofd naar voren gestoken. Ai. Lelijk en scherp. Nu weer mooi wiebelend bovenop zijn nek. Mooi. En nu mag hij zijn hoofd heel ver naar achter duwen. Oeps. En dan een keer met zijn hoofd scheef. En nu een keer met een heel holle rug, met zijn knieën op slot, met aangespannen bilspieren, met aangespannen armspieren, met opgetrokken schouders, met een ingezakte borstkas, verzin maar alles wat de anatomie-goden verboden hebben. Laat je leerling bij het voorlezen steeds afwisselen tussen een heerlijk beroerde en een zo goed mogelijke houding: voeten stevig op de grond, sterke benen en losse heupen (denk maar aan een tennis- of skihouding), mooi lang bovenlijf en zijn hoofd vrij bewegend op de ruggengraat.. Probeer ook maar eens het verschil terwijl de leerling zijn vingers aanspant alsof hij in zijn instrument knijpt. Wat een verschil in stemgeluid.

Heel direct heeft al die overbodige spierspanning effect op de keelspieren van blazers en zangers. En die keelspieren hebben weer direct effect op onze klank. Een aangespannen keel maakt het onmogelijk voor de roeiers om goed te roeien. Ze zijn gestrest, willen allemaal iets anders en werken veel te hard met weinig resultaat. Een ongezond geluid zal het gevolg zijn. Een toon die niet vrij kan klinken, die onze harten niet raakt en die niet ver draagt. Een leek noemt dat gewoon: vals!

© 2004, 2023 Wieke Karsten
© 2023 Dik Klut

Winkelwagen
Scroll naar boven

Ontdek meer van Wieke Karsten

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder