Grond-Toon

Het visitekaartje van een musicus is zijn klank en deze is bij onze leerlingen vaak wel voor verbetering vatbaar. Een mooie toon is niet zomaar iets, het is het resultaat van een leerproces dat uit vele schakeltjes bestaat. Tot mijn permanente verbazing (en soms frustratie) geldt dat voor leerling én docent: ook ik ben op dit gebied nog lang niet uitgeleerd… 

Voor een mooie toon zijn drie ingrediënten nodig: de beweegreden: klankvoorstelling, effectieve spierbewegingen en het voelen en voorstellen van deze bewegingen. Het kunnen maken van een mooie basisklank is een  fascinerende mix van voorstellingsvermogen en motoriek. 

Laten we beginnen bij klankvoorstelling: we kunnen pas een mooie toon spelen, als we deze horen in ons hoofd. Een leerling heeft daarom breinvoeding nodig, of zoals Erik Scherder dat noemt: een verrijkte omgeving. Een leerling die opgroeit in een huis vol muziek, heeft hierbij een behoorlijke voorsprong, maar ook al onze andere leerlingen kunnen deze klankvoorstelling ontwikkelen.

Onze docentenrol als rolmodel is groot, heel groot. Door in de les veel voor te spelen, samen te musiceren (kan vanaf het allereerste begin) en de leerling ook buiten de les te voeden met muziek en de klank van zijn instrument (lang leven de telefoon) wordt in zijn brein een (onbewust) geheugen voor klank gevormd. Beetje bij beetje maken we dat expliciet, door de leerling naar die klank te leren luisteren. Welke kleur heeft de toon? Welk karakter? Is de toon sterk of zacht? Groot of klein? Zuiver? Hoe klinkt dat dan? Is er vibrato? Hoe klinkt dat vibrato? Past de toon bij het karakter en emoties uit de muziek? 

Dan de motoriek. Hoe brengt de leerling de lucht (de snaar) in beweging? Welke spiergroepen gebruikt hij hiervoor? Waar vindt hij de kracht om te bewegen? Idealiter zal hij, net als een sporter, kracht vinden via de afzet van zijn voeten met de grond. Een geweldige fysiotherapeut gaf me ooit de volgende suggestie: stel je eens voor dat je op rolschaatsen een spijker in de muur hamert. Inderdaad, je gaat achteruit. Dat gebeurt niet alleen omdat ons lichaam zwaaibewegingen maakt, maar ook omdat we kracht – afzet – nodig hebben om de bewegingen te kunnen maken. Precies diezelfde kracht gebruiken we tijdens het musiceren. Welk instrument we ook bespelen, het gevoel van gronden helpt om het hele lichaam bij deze krachtsinspanning te gebruiken. Hoe meer we afzetten vanuit onze voeten en benen, hoe losser ons bovenlichaam kan zijn en hoe mooier de klank. 

Als een leerling zijn voeten en benen – staand of zittend – hiervoor niet actief gebruikt, zal zijn lichaam naar andere wegen zoeken om de lucht tot trilling te brengen. Dat doet mij altijd denken aan de voorkant van een buldog: schouders, nek en hals gaan helpen, de borstkas zal inzakken tijdens het spelen en de ruggengraat van de leerling buigt naar voren. Er is steeds minder sprake van spierbewegingen en steeds meer van spanning; de benodigde kracht wordt uit zijn lichaam geperst. Dat is ook zichtbaar in het gezicht van de leerling: hoe minder hij grondt, hoe meer spanning rond zijn ogen, kaak en tong. 

Voor het thuis oefenen gelden de volgende vragen: kan de leerling de gewenste bewegingen thuis terugvinden? Kan hij ze voor zich zien, als een filmpje?  Maakt hij gebruikt van bewegingsmetaforen? Kan hij het verschil ervaren tussen effectieve en niet effectieve bewegingen? Tussen soepele bewegingen en spanning? Ervaart hij wat de relatie is tussen zijn lichaam en zijn klank? 

Een niet zo fraaie toon komt voort uit wat een leerling nog niet kan: (innerlijk) luisteren, (innerlijk) voelen en vrij bewegen. Terug naar de basis voor de Grond-Toon!

© 2012, 2023 Wieke Karsten
© 2023 Dik Klut

Winkelwagen
Scroll naar boven

Ontdek meer van Wieke Karsten

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder