Netwerkgroeibevorderende kritiek

Meten is belangrijk tijdens een leerproces. We hebben een meetlat nodig om naast ons werk te leggen, normen om ons aan op te tillen en ambities om waar te maken. Meten geeft ons de mogelijkheid om doelen te stellen: waar willen we naar toe? Wat willen we leren? Wanneer zijn we tevreden en wanneer mag er een tandje meer bij? In de muzieklessen beschikt de docent over een meetlat en de leerling maakt zich deze beetje bij beetje eigen. We noemen dat ook wel: kritisch zijn. 

De oorsprong van het woord kritisch komt uit de Griekse taal: krinein: scheiden of onderscheiden. Het woord kritikos kwam daaruit voort. We gebruiken criteria om gemotiveerde keuzes te maken: we zijn ‘klaar’ of mogen nog een tijdje verder studeren. Ons deze criteria eigen maken is een leerproces an sich en om kritisch te kunnen zijn mogen we objectief leren kijken en luisteren. 

Tot zover geen vuiltje aan de lucht. 

In de praktijk blijkt dat wij, en met ons onze leerlingen en studenten, kritiek niet gebruiken als onderscheidend, oordelend gereedschap maar dat we prestaties beoordelen of zelfs veroordelen. Kritiek = negatief. Hier vloeit helaas als vanzelf uit voort dat we het ‘goed moeten doen’ en ‘geen fouten mogen maken’. 

Voor musiceren en leren musiceren zijn dat akelig dogma’s en, vanuit de hersenen bezien, grote flauwekul. Ten eerste zijn onze hersenen neutraal en maken ze geen fouten; neurale netwerken ‘leveren’ domweg wat wij ze vragen. Zijn bepaalde neurale netwerken nog niet klaar, dan kunnen ze geen gewenst resultaat opleveren. Daarnaast levert fouten maken oftewel leren door vallen en opstaan het brein juist veel nuttige informatie op, denk maar aan hoe jonge kinderen spelenderwijs leren. Een volgende gouwe ouwe: ‘maak geen fouten, want die krijg je er nooit meer uit!’ is onzin: een enkele fout heeft weinig impact op het brein, net zomin als een enkele geslaagde poging. Onze angst voor ingesleten fouten zegt vooral iets over het gebrek aan musische klankvoorstelling tijdens het studeren en een overactieve motorische automatische piloot.

Er kleven ook nadelen aan de dogma’s: de angst om fouten te maken levert fysieke, emotionele en mentale spanning op waardoor de cortex niet goed musiceert. We raken in een ‘alles onder controle houden’ modus en verliezen flexibiliteit en speelplezier. Nadeel numero twee: de wil om iets ‘correct want niet fout’ te doen is ineffectief. Een instructie als ‘doorblazen’ of ‘doorstrijken’ wordt: ‘ik mag niet stoppen met doorblazen’ of ‘ik mag niet stoppen met strijken’. Tja, Wat mag ons brein dan wel? Hieruit volgt een derde nadeel: een negatieve instructie levert geen leerproces op, behalve dat de angst om fouten te maken wordt versterkt. 

Maar de belangrijkste vraag voor mij is: waarom nemen we het onszelf of een ander überhaupt kwalijk dat we iets niet kunnen? We be- of veroordelen een peuter toch ook niet omdat hij nog niet kan staan of netjes kan eten? Een leerproces kost simpelweg groeitijd in het brein. Het enige dat we hoeven te doen is onszelf en elkaar deze tijd gunnen, volhouden en blijven leren. Dat weten we natuurlijk wel en daarom kennen we de term: opbouwende kritiek. Beter zou zijn: netwerkgroeibevorderende kritiek. 

Geen fouten mogen maken zit in het DNA van klassieke musici. In Nederland is de pianodocent met het rietje verdwenen, in veel buitenlanden nog niet. Een peuter die omvalt, laten we daarentegen rustig experimenteren tot zijn brein het staan heeft uitgevonden. 

Daar ergens, tussen peuter en rietje, ligt onze opdracht. 

© 2014, 2023 Wieke Karsten
© 2023 Dik Klut

Winkelwagen
Scroll naar boven

Ontdek meer van Wieke Karsten

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder