Wat zijn we soms jaloers op kleine kinderen; met volle overgave kunnen zij met iets bezig zijn. Een nieuw speelgoedje of een steen houdt hun aandacht vast; ze kijken, betasten, voelen, proeven en luisteren ernaar. Even later zit het kind tv te kijken of achter de computer. We zien een ander kind: met grote wijd opengesperde ogen is het aan het beeldscherm vastgeplakt. Volledig geconcentreerd bezig met wat bezit van hem neemt.
De lichaamshouding van deze kinderen is totaal verschillend. Het spelende kind beweegt en is soepel, het turende beeldschermkind zit stil en verstard. Het kan uren in deze pose blijven; zijn lichaam lijkt er niet meer te zijn.
De wereld, muziek, film en computer komen bij ons binnen via onze zintuigen en zorgen voor actie in het brein. Die actie pingpongt heen en weer met de buitenwereld (het spelende kind) of is eenrichtingsverkeer (het beeldschermkind). Afhankelijk van waar we mee bezig zijn, verandert ons lichaam. Hoe meer naar binnen gericht, hoe langzamer onze bewegingen worden tot nagenoeg bewegingsloos.
Zintuigen zijn als het ware onze ramen en deuren naar de buitenwereld. Zintuigen geven globale informatie of een gerichte focus. We zien de kamer om ons heen of we kijken naar een stipje op de muur. We ervaren van alles tijdens een boswandeling of we luisteren naar onverwacht geritsel in het struikgewas. Globaal of gericht beïnvloedt ons: met brede zintuigen voelen we ons ontspannen, met gespitste oren meer gespannen. Met globale aandacht blijven we beweeglijk, bij concentratie vallen we stil. Voel eens het verschil tussen wijds zien en gericht kijken: als we ons concentreren stokt onze ademhaling en is er meer spierspanning in ons lichaam. Ons oeroude reptielenbrein is weer regisseur: globaal hoort bij veiligheid en concentratie bij mogelijk gevaar.
In onze lessen doen onze leerlingen hun best zo mooi mogelijk te spelen. We vragen om ambachtelijke hoogstandjes die ze nog niet beheersen. Het repertoire is prachtig maar lastig en vraagt hun volle concentratie. De etudes en oefeningen zijn nuttig, leerzaam én uitdagend. De leerlingen spannen zich in en dat brengt ze in een andere wereld. Ik zie ze verstijven, in zichzelf keren – hun ogen starend naar binnen, naar de bladmuziek of de vloerbedekking – hun armen, schouders en adem kruipen omhoog en de muziekstandaard komt steeds dichterbij. Met als gevolg dat hun geluid dunner wordt, loopjes veranderen in struikelblokken, lichaamsdelen niet meer samenwerken, musiceerplezier verdwijnt en ongemak en frustratie naar binnen sluipen. Door het harde werken en de grote concentratie slaat het brein op tilt en creëert stress en een overdosis spanning. Ons brein snapt het verschil niet tussen inspanning en spanning.
Musici mogen dus bewust leren omgaan met inspanning waardoor we de kettingreactie richting spanning kunnen doorbreken. Het is onze taak als docent om de ongewenste betovering te verbreken. Ik roep ze terug en laat ze al spelend een paar stappen door de kamer lopen. Ik vraag ze om zich heen te kijken, hun staren te veranderen in een weidse blik. Ik vraag ze hun lichaam te voelen, lekker stevig te staan en heen en weer te wiegen op de puls van de muziek. Ik vraag ze om naar hun geluid te luisteren zoals het resoneert naar de hoeken van de kamer. Ik vraag ze om 10 seconden op en neer te springen, zodat hun bloed gaat stromen en ze weer gaan lachen. Ik vraag ze om hun instrument even weg te leggen en te zwaaien met alle ledematen. Ik vraag ze zich bewust te worden van de kamer waarin ze spelen. Hierdoor leren studenten zich ontspannen in te spannen. Wat een prachtige voorbereiding op weg naar het podium…
© 2011, 2023 Wieke Karsten
© 2023 Dik Klut
