Bij elke jonge leerling krijgen we er gratis een familie bij. De ouders van het kind hebben de lessen geregeld en betalen ervoor, de leerling vertelt over broertjes en zusjes en opa’s en oma’s. Het kind is onderdeel van een gezin en met dat gezin heb je als docent te maken. De ouders brengen en halen hun kind en komen als publiek naar de voorspeelmiddagen. Ze zijn het directe aanspreekpunt als er iets aangeschaft moet worden, zoals boeken en een goed instrument, en als er gechauffeerd moet worden naar een extra repetitie, een concours of klarinetdag elders in het land.
We hebben de ouders nodig, zoals de ouders ons nodig hebben. En hier wringt de schoen.
In de praktijk blijkt dat veel docenten een spanningsveld ervaren als het gaat om het contact met de ouders. Ouders lijken soms ongeïnteresseerd; iedereen heeft het druk druk druk en als docent durven we amper iets aan, laat staan ván de ouders te vragen.
Een metersdiepe valkuil ligt hier op onze weg: wij tuimelen er met z’n allen in als we meedoen met de gedachte dat de muziekles van het kind een hobby als zo vele is, waar de aandacht over verdeeld moet worden. Omdat de leerling naast de muziekles ook naar dansles, timmerles, voetbal, schaken en hockey gaat. Klarinetles als opvulling van de vrije tijd.
Volkomen logisch, waarom zouden ouders hier anders over denken? Ik ben nog nooit ouders tegengekomen met de vraag: ‘Zou u mijn kind les willen geven? We willen graag dat Marietje haar muzikale, motorische, cognitieve, affectieve, perceptieve, disciplinaire en sociale vaardigheden ontwikkelt!’
Dat kinderen zich in de muziekles breed ontwikkelen moge duidelijk zijn. De leerling beleeft plezier aan het klarinetspelen, verbetert zijn concentratie, ervaart emoties, wordt geraakt door de muziek, kan emoties uiten in de muziek, beleeft plezier in het samenspelen, maakt vrienden, verbreedt zijn muzikale horizon, ontwikkelt ambitie, zal effectiever met huiswerk omgaan, leert sneller, kent discipline, ontwikkelt gevoel voor klank en esthetiek, gaat beter luisteren, wordt zich bewust van zijn lichaam, herkent fysieke spanning, leert om te gaan met spanning en zenuwen, maakt kennis met de muziekgeschiedenis, leert verschillende componisten en stijlen kennen, leert op zijn gehoor te spelen, kan uit het hoofd spelen et cetera.
Wauw, dat is me nog eens een hobby!
Deze superhobby hebben wij in de aanbieding: ‘Uw kind is welkom, ik kan uw kind een heleboel leren, maar u en uw kind moeten daar wel het een en ander voor doen!’ En: ‘Het is noodzakelijk dat uw kind zeer regelmatig oefent en voor u als ouder is hier een belangrijke rol weggelegd.’ Als we dit standpunt durven te verdedigen hebben we voor de rest van de klarinetcarrière van het kind een slag gewonnen. Want een belangrijke taak die de ouders op zich moeten nemen is: het kind stimuleren. Het is naïef om te denken dat een kind zonder de begeleiding van ouders kan oefenen. En het is nog naïever om te denken dat een kind zich zonder oefenen ver zal ontwikkelen.
Dit betekent in feite dat we de ouders moeten leren hoe ze deze stimulans het beste kunnen bieden. En dat is een verhaal apart, want we weten allemaal hoe grondig het mis kan gaan als ouders en kind daar geen modus in weten te vinden. Het oefenen wordt dan een blok aan ieders been, met als mogelijk spijtig gevolg dat de klarinet in de wilgen wordt gehangen…
Muziekles geven, dat doen we aan de leerling én de ouders.
© 2008, 2023 Wieke Karsten
© 2023 Dik Klut
