Fluitteam D4

Ambitie in de muziekles ligt gevoelig. We krijgen visioenen van bleekneuzige muziektalenten die nooit buiten spelen, geen vriendjes hebben en uren op hun instrument studeren, gepusht door zeer gedreven ouders.

Ooit hoopten we op muzikale wonderkinderen. Toen bood talent uitzicht op een betere toekomst. Maar die sociale noodzaak is er in West Europa niet meer. En nu zijn we van ‘talenten pushen’ de andere kant op doorgeslagen: ‘Het moet wel leuk blijven…’ 

Toch wel raar. De voetbaltrainer van het plaatselijk pupillenelftal, een amateur die hooguit een korte cursus heeft gevolgd, legt meer gewicht in de schaal dan de muziekdocent. Natúúrlijk komen die kinderen twee keer per week trainen, natuurlijk is er elke zaterdag een wedstrijd, natuurlijk staan de ouders niet alleen aan de kant, maar ook achter de bar in de kantine en hebben ze taxidienst. 

Bij muziek is dat blijkbaar anders. Daar durven we geen eisen te stellen aan onze klanten. Stel je voor: ‘Uw kind moet wel elke dag oefenen.’ ‘Uw kind heeft vier keer per jaar een optreden.’ ‘Uw kind moet materiaal, zoals boeken en een goed instrument kopen.’ ‘Uw kind moet zijn instrument elk jaar een beurt laten geven.’ ‘Uw kind komt natuurlijk komende maand elke week een keer extra vanwege het ensemble.’ ‘Uw kind heeft een beter instrument nodig.’ ‘Uw kind zou eens een keer aan een concours mee kunnen doen.’ ’Kunt u de leerlingen naar een concertje brengen?’  ‘En ja, ook een keer op een fluitdag op een zaterdag’. ‘Toonladders? Ja, hoort er ook gewoon bij.’ ‘Uit het hoofd spelen? Ja hoor, doodnormaal.’ ‘Elke week alles af hebben? Hoe bedoelt u niet mogelijk? Druk met school? Gaat uw kind dan ook niet naar de voetbal? Nee toch zeker?’

Het frappante  is dat de voetbalvereniging ambitie hoog in het vaandel heeft. Want een A1 team dat goed presteert is de beste reclame die je als vereniging kunt wensen. Vandaar dat er een langlopende ambitielijn is, van Pupillen E tot Volwassenen A. En van E5 wil elk voetbalkind zo snel mogelijk naar D4 en verder. Sportclubs weten hoe belangrijk het is om iedereen bij de vereniging te betrekken. Ouders krijgen taken en worden op de hoogte gehouden van alles waar hun kind aan meedoet. Sporten is meestal goedkoper dan muziekles, maar de verantwoordelijkheid die ouders krijgen is vele malen groter. 

Is dat dan wel gezond, zijn die kinderen wel gelukkig als ze steeds hogerop willen komen? Natuurlijk zijn er ook in de sportwereld overambitieuze ouders en trainers, maar over het algemeen willen de kinderen het zelf. En dus trainen ze, ook in de winter, ook als het regent. De reden is heel simpel: de kinderen merken dat ze vooruitgaan. Dat ze bijvoorbeeld beter leren voetballen, dat ze een betere baltechniek krijgen en meer spelinzicht. Want, het kan niet vaak genoeg gezegd worden: kinderen vinden het leuk om te leren. Ze vinden het fijn om het beste uit zichzelf te halen. Het doel is niet om ‘de’ top te bereiken, het doel is om ieders eigen top te bereiken. Nog afgezien van het feit dat het gewoon superleuk en gezellig is…

Het interessante is dat onze angst om ambitieus te zijn ons vak in een neerwaartse spiraal heeft gebracht. Krampachtig proberen we onze leerlingen binnenboord te houden. Maar wat we ook proberen, nóg leuker en nóg makkelijker, het lukt ons niet. De devaluatie van ons vak wordt droevig genoeg vooral door onszelf in stand gehouden. Zolang wij toestaan dat ons vak onderhandelbaar en blijkbaar waarde-loos is (want we durven geen eisen te stellen), zullen ouders en plaatselijke overheden steeds meer van onze professie, tijd en salaris afknabbelen. 

© 2007, 2023 Wieke Karsten
© 2023 Dik Klut

Winkelwagen
Scroll naar boven

Ontdek meer van Wieke Karsten

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder