Verbondenheid

30 jaar, wat vliegt de tijd. Toen het NFG in 1992 werd opgericht, studeerde ik aan het conservatorium. Ik werd al vrij snel lid, al weet ik niet meer precies wie of wat mij op het idee bracht. Wel kan ik me de NFG-dagen herinneren waar ik tijdens de workshops voor docenten – tot mijn eigen verbazing – aan de discussies mee durfde te doen. Ik was behoorlijk onder de indruk van de ‘keien’ die daar rondliepen. Pittige, ervaren fluitdocenten, met een enorme passie voor lesgeven.

1992, het was een andere tijd, en toch ook weer niet. De populariteit van de dwarsfluit was enorm. Ik kan me herinneren dat er, dank aan Berdien Stenberg, meer dan 200 fluitleerlingen plus wachtlijst waren op de muziekschool Zoetermeer. Want hoewel Rondo Russo al in 1983 uitkwam, werkte de door Berdien aangewakkerde liefde voor de dwarsfluit nog jaren door. Maar in het muziekonderwijs was het niet overal ‘rozengeur en maneschijn’.  Omdat kunst en cultuur voor iedereen beschikbaar én betaalbaar moest zijn, maakten we kennis met twee ‘hoe-kunnen-we-de-plank-misslaan-vondsten’. Individuele lessen van 20 minuten (!) en groepslessen dwarsfluit, gegeven door docenten die daar niet voor waren opgeleid. En hoewel er voor dwarsfluit genoeg aanmeldingen waren, was er ook veel verloop. Door de wachtlijsten werden we te weinig uitgenodigd tot reflectie: waarom stoppen deze leerlingen? Waarom worden ze niet gegrepen door de liefde voor muziek? Welke rol spelen wij, docenten daarin? 

In die tijd werd het NFG opgericht. Met als belangrijkste doelstelling: bevlogen dwarsfluitzielen – uit alle doelgroepen – aan elkaar verbinden.

Verbondenheid. Wijd en breid wordt verbondenheid erkend als een van de drie belangrijkste psychologische basisbehoeften van de mens*. Samen met autonomie en competentie (iets kunnen) zijn zij de pijlers onder intrinsieke motivatie. Zonder verbondenheid kunnen we niet functioneren en voelen we geen passie of liefde voor iets of iemand. Het NFG zocht naar verbondenheid in een tijd dat er nog geen internet bestond en de wereld nog veel kleiner leek. Het kwam je erachter dat er nog meer dwarsfluitfanaten leefden in Nederland en België? Het NFG bood de mogelijkheid om elkaar te leren kennen door het tijdschrift FLUIT en tijdens evenementen. Door het NFG maakten we kennis met de diversiteit van de fluitwereld, beroemde en minder beroemde fluitisten, oud en nieuw repertoire, verschillende stijlen, educatieve stromingen, nieuwe cd’s en zelfs met de wereld buiten de grenzen van de Lage Landen. We maakten kennis met zusterorganisaties, in Europa en in de VS. 

En hoewel er vandaag de dag zoveel meer mogelijkheden zijn om elkaar te leren kennen en te ontmoeten, blijft de behoefte aan werkelijke verbondenheid bestaan. In het groot – nog steeds speelt het NFG daarbij een bijzondere rol – maar ook in het klein, zoals in de leskamer. 

Terug naar de vraag waarom zoveel leerlingen rond 1990 na korte tijd stopten met fluitlessen. De onderwijsvernieuwingen die gebaseerd waren op financiële effectiviteit gingen voorbij aan de educatieve inzichten die ook toen al bestonden. We kunnen veel leren van de docenten die toen (en nu nog steeds) een duurzame lespraktijk hadden. Wat deden zij om leerlingen jarenlang aan zich te verbinden? De antwoorden zijn tamelijk simpel: geen lessen van 20 minuten. En: zorgen voor verbondenheid. Dat betekent: samen. Samen zijn, samen leren, samen spelen, samen praten, samen lachen, samen mopperen. Samenspelen in de les, in kleine ensembles, in grote ensembles, leerlingen bij elkaar brengen en samen genieten van muziek en het steeds beter leren fluitspelen. 

De wereld verandert, maar een dwarsfluitziel is en blijft ‘gewoon’ een mens. En ja, onze behoefte aan verbondenheid zal ook altijd blijven bestaan. 

Wieke Karsten 

*
Edward Deci en Richard Ryan: the Self Determination Theory

© 2022, 2023 Wieke Karsten
© 2023 Dik Klut

Winkelwagen
Scroll naar boven

Ontdek meer van Wieke Karsten

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder