Tijdens mijn conservatoriumopleiding volgde ik een aantal vakken over lesgeven. En hoewel ik niet alle lessen even ‘to the point’ vond, deed mijn school haar best me een wijzer mens te maken. Laat ik de verschillende facetten eens langslopen.
Allereerst is daar het vak methodiek. In die les wordt het wat en waarom van het spelen op een instrument in stukjes gehakt, oftewel: het zus en zo van blazen, strijken, vingers en wat dies meer zij. Website Onzetaal zegt: ‘Een vaste, weldoordachte manier van handelen om een bepaald doel te bereiken.’ Als zo’n vak goed gegeven wordt, krijgen studenten een schat aan vakkennis.
De term methodiek wordt buiten Nederlandse conservatoria niet of nauwelijks gebruikt. De meeste hogescholen en universiteiten gebruiken de term didactiek of vakdidactiek. Dit betekent: de kunst van het onderwijzen. Het accent wordt nu verlegd van het vak (fluitspelen) naar de leerling. Het gaat niet meer alleen over ‘wat’ leer ik de leerling maar ook over ‘hoe’ leer ik hem dat. Een waardevolle aanvulling.
Maar geen leerling is hetzelfde en dus leert de pedagogiek (opvoedkunde) ons met een globale blik naar leerlingen te kijken. Welke theorieën bestaan er over hoe kinderen opgroeien en hoe kunnen we deze in de praktijk brengen? Wat is de rol van ouders en omgeving en wat is de invloed van een curriculum dat gevolgd wordt?
Vanuit deze globale blik, kijken we onze leerlingen wat dieper in de ogen: psychologie. ‘De wetenschap van de geest en het gedrag van mens en dier, zowel gezond als ongezond, waarbij men zich concentreert op individuen in relatie tot hun omgeving’. We roepen vaak: ‘we hoeven geen psycholoog te zijn om goed les te geven!’. Helemaal waar, maar basiskennis over ontwikkelingspsychologie en cognitieve psychologie – hoe (leer)processen zich in het brein van de leerling afspelen – vormt een waardevolle aanvulling op onze lessen. Het helpt ons ook om leerlingen die net even anders dan anderen reageren, beter te begrijpen en er onze lessen op aan te passen.
Ik heb het nu nog niet eens gehad over ons werkelijke vakgebied: muziek! Want ons instrument is, hoe geweldig ook, slechts gereedschap en als we musiceren, gaat daar een muzikaal leerproces aan vooraf. Wat betekent musiceren voor een beginner, en wat voor een gevorderde speler? Welke muzikale leerprocessen maken dat we ‘de juiste noten’ spelen en hoe voorkomen we dat lesgeven teveel over motoriek gaat? Wat is het belang van ons eigen musiceerniveau en hoe brengen we artisticiteit over op onze leerlingen? Een vak waarin dit aan bod kwam, bestond niet in mijn tijd maar op het conservatorium waar ik werk noemen ze dat tegenwoordig: processes of musical learning.
In het buitenland gebruiken ze een mooie term voor wat een (muziek)docent moet ontwikkelen om zijn vak goed te kunnen uitoefenen: Pedagogical Content Knowledge. PCK. Alles wat een docent moet kunnen en weten (knowledge) om zijn vak (content) over te dragen op zijn leerlingen (pedagogical).
Ik verbaas me altijd over het gebrek aan literatuur over ons vak. Een paar jaar geleden kwam ik een boek tegen over de Amerikaans basketbalcoach John Wooden (1914 – 2010). Hij behaalde zulke opzienbarende resultaten met zijn studententeams, dat hij door wetenschappers onder de loep werd genomen. Ieder jaar maakte coach Wooden van iets uit het PCK totaalpakket een onderzoeksopdracht. Hij las alles wat hij over het onderwerp kon vinden, observeerde vakgenoten, interviewde hen, bedacht experimenten en noteerde alle bevindingen minutieus. Vervolgens deelde hij zijn opgedane kennis met wie dat maar wilde. Een onderzoeker pur sang. Ik wens een ieder net zo’n vruchtbare carrière toe als John Wooden.
You haven’t taught until they have learned
John Wooden’s teaching principles and practices
Swen Nater & Ronald Gallimore
2006
© 2017, 2023 Wieke Karsten
© 2023 Dik Klut
