De Meesterbeginner

Ik houd van de begrippen ‘meesterschap’ en ‘expertise’. Ergens heel goed in worden of zijn, waardoor het geleerde heel gewoon lijkt. Vanzelfsprekende bagage, zo eigengemaakt dat de meester en zijn expertise een zijn. 

Tijdens het lesgeven houden we ons vooral bezig met het tegenovergestelde: beginnerschap. We willen onze leerlingen van alles en nog wat leren en als ze iets tamelijk goed kunnen, geven we ze een volgende, moeilijker en vooral: nieuwe opdracht. Op het conservatorium is dat niet anders. We houden studenten continu voor wat nog moet gebeuren. Nooit zijn ze klaar, altijd valt er nog iets nieuws te leren. We zeggen: als musicus ben je nooit uitgeleerd. 

Hoe waar dit ook moge zijn, vanuit hersenonderzoek valt er wel meer over te zeggen. Immers, iemand kan ook heel goed zijn in iets kleins. Bijvoorbeeld in het maken van een radslag. Een meisje dat continu, overal (op straat, in de supermarkt en in de huiskamer) radslagen maakt is op enig moment meester in het maken van de radslag. Haar meesterschap is kleinschalig: ze is geen professioneel turner. Maar daar gaat het ook niet om; we zien hoeveel plezier zij beleeft aan het maken van die beweging, ze kan er niet mee stoppen, steeds opnieuw gaan haar benen de lucht in. 

Dit is interessant. Haar turndocent zal misschien zeggen: ‘Fijn Anneke, dat je zulke mooie radslagen kunt maken, maar er moet nog veel meer geleerd worden. Bijvoorbeeld een salto’. En hup, Anneke wordt van meester in de radslag beginner in de salto.

In de hersenen is er waarneembaar verschil tussen beginner en meester. Als we iets nieuws leren wordt een groot deel van een neuraal netwerk aan het werk gezet. Er worden razendsnel duizenden verbindingen tussen neuronen aangemaakt, niet effectief, vooral heel veel. Beetje bij beetje, door te oefenen, wordt het uiteindelijk benodigde neurale netwerk fijnmaziger en preciezer in het doorgeven van signalen. Steeds minder verbindingen zijn nodig om hetzelfde resultaat te verkrijgen, overbodige beginnerverbindingen worden ‘doorgeknipt’. Hoe beter we ergens in zijn, hoe minder hersenruimte nodig is. 

Maar iets kunnen is niet voldoende: het gekunde moet ook toegepast worden. Een vervolg in het proces is dat we andere delen van ons brein gebruiken om het gekunde aan te sturen. Dat gebeurt via onze zintuigen. Anneke ziet (onbewust) de radslag voor zich, voorvoelt de sensatie van haar jurk die om haar benen fladdert, voelt hoe haar gewicht zich door haar lichaam zal verplaatsen en voelt van te voren hoe de straatstenen of het grind zullen aanvoelen onder haar handpalmen. Anneke weet ook wat voor plezier deze radslag haar zal geven. Het plaatje is compleet: de beweging staat in dienst van een zintuiglijke voorstelling en een emotionele beleving. Dat maakt de beweging vloeiend en effectief, als het ware wordt haar radslag door haar hele lichaam en brein omarmd. 

Iets leren 🡪 automatiseren 🡪 zintuiglijk aansturen 🡪 (emotioneel) aansturen. We ‘weten’ dat we iets echt kunnen, beheersen, er meester in zijn. 

Van de radslag naar het musiceren. Een leerling leert alle beginnerbenodigdheden voor de muziek binnen zijn speelniveau. De juiste noten, het juiste ritme, het juiste tempo, een goede toon, de juiste plaatsen om adem te halen en de juiste fysieke houding. Klaar. Op naar een treetje hoger.

Nee! Op naar meesterschap! We zijn nog maar net begonnen…

De volgende fase is om het gespeelde repertoire zintuiglijk te ervaren. Zingt de leerling innerlijk mee? Voelt hij de puls in zijn benen? Hoe lopen de muzikale lijnen? Hoe klinkt het lage register, hoe het hoge? Hoe voelt en klinkt het blazen? Welk karakter hoort bij de liedjes? Hebben de liedjes een tekst? Wat is het verhaal erachter? In welk landschap speelt het zich af? Welke emoties horen erbij? Is de leerling de hoofdpersoon of gaat het over iemand anders? 

Het brein zal via deze innerlijke voorstelling het muziek maken aansturen. Hoe breder het zintuiglijk spectrum, hoe genuanceerder het brein de speler laat spelen. En als we daar ook nog emoties aan toevoegen zal het resultaat nog interessanter zijn. 

Laten we het de leerling gunnen om steeds opnieuw meester in zijn spel te zijn. Dat geeft speelplezier en vooral: zelfvertrouwen. 

© 2013, 2023 Wieke Karsten
© 2023 Dik Klut

Winkelwagen
Scroll naar boven

Ontdek meer van Wieke Karsten

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder