Oefenen zonder drama’s

Als vanzelf zijn de columns van het afgelopen jaar een serie geworden. Een serie die is begonnen bij Fluitteam D4. Een serie over ambitie, over opkomen voor ons prachtige vak, over effectiever lesgeven en over het omgaan met ouders. En nog belangrijker: over het belang van oefenen. Een van de grootste misvattingen over ons vak is dat leren musiceren mogelijk zou zijn zonder te oefenen. Onzin, oefening baart kunst, dat weten we allemaal. Maar het lijkt of oefenen de afgelopen twintig jaar als iets negatiefs is beschouwd. Muziekonderwijs moet ‘leuk’ zijn. Mede hierdoor is ons vak gedevalueerd met grote gevolgen voor het leerlingenaantal van muziekscholen.

Gelukkig zijn er ook muziekpraktijken en muziekscholen waar het wel goed gaat. Het belangrijkste hebben zij gemeen: er wordt niet beknibbeld op kwaliteit. Kwaliteit is een geuzennaam en dat blijkt een goede strategie. Met de wetenschap dat gemeenteraden, ouders én kinderen als het ware opgevoed moeten worden om de kwaliteit te kunnen zien van het langzame, verstilde muziekonderwijs. Zoals een collega vertelde: ‘Onze muziekschool  programmeerde  de afgelopen jaren alleen lichte muziek en dans voor de grote jaarlijkse uitvoering in het stadstheater. Maar dit jaar is voor het eerst ook een groot concert van de klassieke afdeling in de dorpskerk georganiseerd. Het was voor iedereen een openbaring.’

Kwaliteit bereiken we alleen als het ons lukt onze leerlingen aan het oefenen te krijgen. Het belang van oefenen en automatiseren, maar vooral het belang van leerlingen begeleiden in hoe ze studeren, is de afgelopen columns uitgebreid aan de orde geweest. Ik sluit deze serie af met de ervaringen van een aantal van mijn zeer gewaardeerde collegae. Een uitnodiging tot verdere verdieping.

Allereerst: de ouders. Een collega nodigt de toekomstige leerlingen en hun ouders in juni uit om te kijken bij de lessen. De ouders krijgen het eerste jaar ook les, om te ervaren wat het is om dwarsfluit te spelen.  Daarnaast worden ze begeleid in hoe ze hun kinderen kunnen helpen bij het oefenen. Ze komen een paar keer per jaar bij elkaar om met de docent bepaalde onderwerpen te bespreken. Ervaringen en tips uitwisselen rondom het oefen van hun kroost blijkt een prachtige formule. Een andere collega  geeft groepslessen aan kinderen én ouders. De ouders staan achteraan, mogen zich niet bemoeien met hun kinderen maar doen wel mee. Twee keer per jaar evalueert zij met de ouders. Regelmatig contact met de ouders is hoe dan ook cruciaal. Dit gebeurt door te bellen, door hen na afloop van een voorspeelsessie of een speciale open les te spreken of via  e-mail. Niet alleen de gang van zaken maar ook de plannen  voor de komende periode. Een collega zet ouders aan het werk om gezamenlijke activiteiten te ondersteunen, van autorijden tot taarten bakken. Dit leidt tot ‘gedeeld eigenaarschap’. Een muziekschool geeft een schoolkrant uit en vraagt de ouders lid te worden van de Vriendenvereniging. Deze muziekschool stimuleert de ouders actief om hun kinderen voor meerdere activiteiten in te schrijven. Als de ouders vaker dan 1 keer per week binnen het instituut zijn, geeft dit een groter gevoel van verbondenheid. 

Dan: regelmaat en rust. De geraadpleegde collegae hebben allen een ritme in de lessen;  ze kiezen voor een vaste volgorde van het materiaal.  Bij een collega is ‘de oefening voor elke dag’ een vast ritueel. Een andere collega heeft het motto: 1/3 van de les  toonvorming, 1/3 herhaling, 1/3 van de les nieuw. Duidelijkheid in de structuur maakt het voor leerlingen makkelijker om te oefenen. Herhaling van te leren vaardigheden wordt bij een collega bewaakt door ‘drie weken achter elkaar goed is een stickertje’.  Bij een andere collega krijgen de leerlingen invulvellen mee: voor 6 dagen per week kan de leerling aanvinken of opdrachten gedaan zijn, inclusief het luisteren naar muziek. Huiswerkopdrachten kennen een vaste volgorde: warming-up, herhaling, nieuw,  extra.

Een langetermijnplanning van minstens een half jaar is een taak voor de docent. Variatie én continuïteit in het materiaal is belangrijk; hapsnap ‘we zien wel wat er zich aandient in de les’  vinden de meeste leerlingen verwarrend. Blijven terugkomen op eerder gestudeerd materiaal blijkt van groot belang; een leerling vindt het fijn om dingen te spelen die hij kan. De lat alleen maar hoger leggen kan de leerling heel onzeker maken. De tijd nemen in de les om het huiswerk serieus door te nemen wordt altijd terugbetaald. Een collega geeft haar leerlingen wekelijks een cd mee, met de lesstof, maar ook met mooie (fluit)muziek. De ouders wordt gevraagd deze cd vaak te draaien, zodat muziek en het luisteren naar dwarsfluit een logisch onderdeel van de week worden. 

Ten slotte: oefenen moet positief en vrijwillig blijven; het mag nooit tot een familieconflict leiden. Natuurlijk bestaan er regels: bij muziekles hoort oefenen. Een vaste tijd op de dag werkt het beste, ouders wordt gevraagd hierin consequent te zijn. Bij jonge leerlingen werkt het positief als ouders bij het oefenen aanwezig zijn, mits zij dit op een handige manier aanpakken. Negatieve feedback werkt niet: ‘je doet het fout, je maakt een vergissing, probeer het nou gewoon, nee, dat is niet goed’.  Wel werkt: vragen stellen; ‘hoe zat dat ook alweer met die linkerpink?’, complimenten geven, genieten van wat de leerling doet en nadruk leggen op wat de leerling inmiddels al kan. Kort oefenen is ook goed. Ervaren ouders laten hun kind kiezen: ‘Wanneer wil je oefenen, voor of na het eten’ en: ‘ Wat wil je nu spelen, dit of dat.’  En ze verleiden: ‘Goh, dat is zo’n mooi liedje, speel het nog eens!’  Herhaling mag: poesje mauw kan eindeloos als kapstok voor nieuwe vaardigheden gebruikt worden en blijft daardoor leuk. Sommige ouders van de groepsles werken samen: hun kinderen oefenen afwisselend in het ene of andere huis.

Het moge duidelijk zijn: een succesvolle lespraktijk ontstaat niet vanzelf en ook niet in korte tijd. Maar als docenten geloven in hun vak en voorwaarden durven te stellen, dan worden veel oplossingen vanzelfsprekend.

Met grote dank aan:
Anke van der Bijl – Suzuki fluitlessen en Suzuki docentenopleiding
Karin de Jong – muziekschool Zoetermeer
Riette Beumer – privépraktijk Delft
Laetitia Leemans – muziekschool Amstelveen,  fluitonderwijs aan jonge kinderen
Machteld Miechels – privépraktijk Woerden, muziekschool Amsterdam, jong talentklas
Hermien Aartsen – muziekschool Delfzijl
Leontien van Nesselrooij – privépraktijk Heerenveen
Lotte Beukman – privépraktijk cello Voorburg

© 2008, 2023 Wieke Karsten
© 2023 Dik Klut

Winkelwagen
Scroll naar boven

Ontdek meer van Wieke Karsten

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder