Penalty schieten

Door de halve finale tussen Nederland en Italië bij het EK voetbal in 2000 kreeg penalty schieten voor Nederlanders een nieuwe betekenis. Het staat voor: het al dan niet kunnen omgaan met extreme spanning. We weten misschien nog wat er gebeurde: na de verlenging verloor Oranje bij het doelschieten door -zoals elke tv-kijker kon herkennen- gebrek aan koelbloedigheid. Groot was de  verbazing toen bleek dat de voetballers deze situatie amper trainden. Af en toe na een training nog wat doelschoppen nemen, dat leek hen wel genoeg. En dat is ergens ook begrijpelijk: een penalty nemen is op zichzelf geen probleem. Dat wordt het pas onder grote druk. 

Het fiasco van de halve finale lag niet aan een gebrek aan techniek van de voetballers maar aan hun hersenspinsels. In principe moet een profvoetballer geblinddoekt de bal zo het doel in kunnen schieten. Maar: dit kan hij alleen als hij ontspannen is. Waarom? Omdat hij er dan niet over nadenkt. Peter Blitz noemde dit in zijn boek ‘De winnaar is gezien’ de 100 % theorie. Als je iets kunt zonder er bij na te denken, creëer je ruimte in je hoofd voor afleidende gedachten. Afleidende gedachten hebben we allemaal: ‘Als ik deze penalty mis, hebben we verloren…’ of:  ‘Ik mag nu geen foute noten spelen, want dan kan ik niet door naar de finale’. Deze gedachten veroorzaken een hoop spanning. Zoals de situatie -de wedstrijd, het concours, het concert- ook spanning veroorzaakt. En die spanning veroorzaakt een chemische reactie in ons lichaam. Adrenaline en andere hormonen razen door ons bloed; onze hartslag versnelt, onze ademhaling gaat sneller, wordt hoger en oppervlakkiger, onze vingers worden koud, we horen opeens rare geluiden in onze klank, onze benen gaan trillen… 

Waarom ook weer? Die oertijd. Omdat we scherper, alerter moeten zijn voor het traceren van de vijand, omdat onze grote spieren (benen, schouders) zich aanspannen om weg te rennen of te vechten. En deze fysieke reactie zorgt óók voor afleidende gedachten, inmiddels een drievoudige dosis en zo kunnen we verder redeneren tot iemand huilend het podium afstormt. Overdreven? Helaas niet. Spanning kan veel overlast bezorgen bij leerlingen en studenten. 

Wat te doen? Lange tijd werd er niet over spanning gesproken. ‘Vaak doen en vooral lekker spelen’ was het devies. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan en biedt geen zekerheden voor de volgende keer. Een andere methode is: fysiek ontspannen, vlak voor het concert. Dit werkt heel goed, maar kan de afleidende gedachten niet altijd de baas. Een derde methode is: chemicaliën. Bèta-blokkers doen voor een deel hetzelfde als ontspanningsoefeningen. Nadeel: we worden niet alleen rustiger, maar ook vlakker en onverschilliger. Bij een schoolexamen is dat wellicht een goede methode, maar bij musiceren niet. 

De beste methode is gebaseerd op de 100% theorie. Dit kunnen we in de studeerkamer oefenen en dat geeft een enorme meerwaarde boven de hiervoor beschreven methodes. Het is heel simpel maar vergt enige oefening: we leren onszelf in de weken voorafgaand aan een optreden heel bewust onze gedachten en aandacht te sturen, zodat we die lege ruimte in ons hoofd weer voor 100% kunnen vullen. Bijvoorbeeld door heel actief de muziek in ons hoofd ‘mee te zingen’, door te luisteren naar de andere (denkbeeldige) musici of door ons te focussen op het muzikale verhaal dat we willen overbrengen. 

Zo kunnen we doen wat onze Vaderlandse Voetbalhelden vergaten: ons voorbereiden op de uitbarsting van adrenaline en leren om met behulp van deze hormonen op de top van ons kunnen te spelen. Want zeg nou zelf, daarvoor had de evolutie ze ons toch gegeven?

© 2006, 2023 Wieke Karsten
© 2023 Dik Klut

Winkelwagen
Scroll naar boven

Ontdek meer van Wieke Karsten

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder