
Regelmatig komen, met de leerling, besognes en troebelingen de leskamer binnen. Logisch, want de leerling is naast pril musicus allereerst mens. Maar besognes en troebelingen vormen – in de les en in het dagelijks leven – onhandige bagage; ze belemmeren het leervermogen. De beslommeringen beïnvloeden niet alleen het musiceren, soms komen ze in de muziekles voor het eerst aan het licht of worden zelfs door de muziekles versterkt!
Zo blijkt dat veel leerlingen zich niet zomaar kunnen focussen. In plaats van in cirkel 1* te zijn (bewust ervaren) of cirkel 2 (constructief nadenken), dwaalt hun aandacht af naar verre oorden of verandert in negatieve gedachten over het eigen spel, omgeving, verleden of toekomst. Sommige leerlingen geloven bovendien dat negatieve gedachten nuttig zijn. Dat ze helpen om foutloos te spelen. Dat is een denkfout. Leren is immers (nieuwe) vaardigheden en kennis toevoegen aan het brein. Leren is niet: geen fouten mogen maken en fouten afstraffen. Vervolgens blijkt dat het musiceren niet altijd gebaseerd is op de intrinsieke motivatie en passie van de leerling. Dit hoeft niet per se een probleem te zijn – iedereen doet wel eens iets dat niet hoog op zijn verlanglijstje staat – maar dat wordt het wel als de motivatie ‘object gerelateerd’** is. Daarmee bedoelen we bijvoorbeeld dat de leerling voelt dat de liefde van zijn ouders afhangt van zijn prestaties in de muziekles. Het leven van de leerling draait dan om zijn ouders, terwijl het zo belangrijk is dat hij (of zij) een eigen identiteit ontwikkelt. En ten slotte – minder ingewikkeld maar wel ingrijpend – blijkt dat een leerling soms denkt dat hij iets niet kan leren. Dat hij niet getalenteerd genoeg is of, juist omdat hij altijd te horen krijgt dat hij talent heeft, bang is om te falen. Want dan zou blijken dat zijn vermeende talent een vergissing is. De Amerikaanse psychologe Carol Dweck noemt dit een ‘fixed mindset’.
In de loop der jaren heb ik, naast het brandend houden en hopelijk doen ontvlammen van de intrinsieke motivatie van de leerling, gereedschap ontwikkeld om de leerling te helpen om te gaan met negatieve gedachten. Zo leg ik uit wat focus en aandacht is en leer ik mijn leerlingen dit te herkennen, op te zoeken en vast te houden.
Vanaf een bepaalde leeftijd laat ik ze kennismaken met de cirkels van Eberspächer. Zeker als ze op de middelbare school zitten, vinden ze dat een geweldig model en heel herkenbaar. Daarnaast mogen ze van mij geen noot spelen zonder dat ze deze mentaal hebben voorbereid. Onze stelregel: eerst je lichaam voelen, dan de puls, dan de muziek zingen in je hoofd en dan: spelen!
Steeds als een leerling een zelf-afkrakende opmerking maakt, wordt deze genoteerd: twaalf keer = zelfgebakken appeltaart. Waar ik overigens steeds op zit te wachten… En telkens als een leerling zegt ‘dat kan ik niet’, dan zeg ik: ‘nog niet’.
Mijn iets oudere leerlingen (vanaf ongeveer 15 jaar) laat ik samen met hun ouders naar de TED-lezing kijken van Carol Dweck***. Mijn oudere leerlingen verwijs ik naar haar boek ‘Mindset’. Zo nodig neem ik contact met de ouders op om te overleggen of er meer stappen mogelijk zijn in het vergroten van het innerlijk welbevinden van de leerling.
Beetje bij beetje, stapje voor stapje, kunnen we zo een steentje bijdragen aan een luchtiger leven voor de leerling. Opdat hij de nieuwe ruimte in zijn hoofd en in zijn leven kan gaan vullen met muziek of andere passies…
*) Cirkels van aandacht Hans Eberspächer / Wieke Karsten. Zie ook mijn boek ‘In de muziek’. AUP 2019.
**) Zie het artikel van Paul Deneer: www.lkca.nl/publicaties/informatiebank/de-docentstudentrelatie-als-dialoog
***) www.ted.com
© 2016, 2023 Wieke Karsten
© 2023 Dik Klut