Tweerichtingsverkeer

Al sinds ik mijn eerste voorzichtige schreden op het terrein van het lesgeven zette, ben ik me bewust van de verantwoordelijkheid die ik daarbij voelde en nog steeds voel. Oké, wanneer we ‘het’ nog niet zo goed kunnen, is dat geen ramp. Ook lesgeven moeten we leren. Ik vrees dat mijn eerste lesgeefjaren geen schoonheidsprijs verdienden. Toch krijg ik af en toe een lieve reactie van die eerste leerlingen, dat ik hen inspireerde en dat het ze veel heeft gegeven. Heel fijn om te horen maar ook veelbetekenend. Ik gaf hen les en inspiratie, maar wat gaven ze mij, behalve lesgeld en dank?  

Mijn idee van lesgeven is lang geweest: ik draag mijn kennis / expertise / liefde / inspiratie / bevlogenheid  over op mijn leerlingen, in de hoop dat ze daar blij mee zijn. Mijn passie voor mijn vak, inclusief mijn vakkennis, was en is de basis van mijn lesgeven. We noemen dat ook wel: de inhoud. Uit veel onderzoek blijkt dat wanneer vakkennis vergezeld gaat van passie, dat door leerlingen zeer wordt gewaardeerd. Op middelbare scholen is het de eerste vereiste voor docenten om überhaupt serieus te worden genomen. Lees bijvoorbeeld Voor de leeuwen! van Mark Mieras en anderen* . Een vriendelijk boek over de betekenisvolle rol die docenten kunnen spelen in het leven van een leerling. 

Inmiddels denk ik dat de term les-geven niet de hele lading dekt. Immers: het suggereert een bepaalde vorm van eenrichtingsverkeer. Waarbij wij, docenten, het belangrijkste zijn. Wij doen het werk, en worden daarvoor betaald. Het brein van een leerling is een lege emmer, die wij vullen. Maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet. De activiteit lesgeven biedt geen garantie dat leerlingen ook daadwerkelijk leren. Het komt maar al te vaak voor dat we naast de emmer mikken of dat er een deksel op de emmer zit… 

Voor het beter mikken ligt de bal weer bij ons: hoe geven wij les. Misschien praten we teveel, leggen we niet helder uit, geven we saai les, verzin het maar. Ik vermoed dat hier altijd winst valt te behalen. Effectievere werkvormen gebruiken, de stof beter in stukjes hakken, de leerling meer laten ervaren, noem maar op. We hebben het dan over didactiek en methodiek. Maar toch maakt ook dit het verhaal niet compleet. Want hoe prachtig we ook lesgeven, de leerling kan nog steeds ‘gesloten’ blijven. Het makkelijkste is dan de bal bij de leerling te leggen: hij of zij is simpelweg niet gemotiveerd. Die jeugd van tegenwoordig… Of: die te drukke, eigenwijze volwassen amateurs… 

Wat mij betreft mogen we nog een stap verder kijken en ons niet richten op de emmer, maar op de eigenaar van de emmer. De ontvanger, de leerling. Leerlinggericht. Dat betekent niet dat wij onze rol als expert kwijtraken, het betekent dat we onze leerling zien als persoon, als mens. Paul Deneer noemt dat in zijn boekje Help, a talent: wederkerigheid**. Lesgeven in dialoog. De bal ligt niet alleen bij ons, of alleen bij de leerling, maar we doen het samen. Dat betekent dat wij docenten continu in de gaten houden of ons verhaal, onze boodschap, onze passie, onze inhoud wel binnenkomt bij de leerling. Dat we opletten of onze leerling er nog ‘is’. Het betekent ook dat we in gezamenlijkheid over de leerlijn praten, samen oefeningen verzinnen, samen op nieuwe ideeën komen. Het betekent ook dat de inbreng en de eigenheid van onze leerlingen de volgorde en route van de lesplannen mede gaan bepalen. Dit alles lijkt vanzelfsprekend, maar niets is minder waar. En daarover later meer.

*Voor de leeuwen! Mark Mieras, Marijke van Dijk, Jan Bart Dieperink. Van Gorcum, 2016
**Paul Deneer https://www.researchcatalogue.net/view/87580/87581 

© 2020, 2023 Wieke Karsten
© 2023 Dik Klut

Winkelwagen
Scroll naar boven

Ontdek meer van Wieke Karsten

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder